zondag 29 juli 2012

Zwart en wild

De afgelopen dagen is het weer zó vaak zó warm en zonnig geweest, met strakblauwe luchten en temperaturen van ruim boven de 20 graden, dat ik, ondankbaar, soms wenste dat het slechter werd. We hebben heel veel uren in de keuken gewerkt en bestellingen bezorgd; eenmaal thuis willen we dan het liefst nog een poos op het terras van de zon en het uitzicht genieten. En voor we het weten is de avond ineens halverwege en hebben we allerlei nuttige en nodige dingen wéér niet gedaan.... Alles gaat hier wat langzamer, lijkt het wel. Ontspannener, zo van 'wat vandaag niet kan, kan morgen ook nog wel', Noren haasten zich niet zo gauw en maken zich ook niet zo snel druk om tijd. Het lijkt er op dat ze zeker in de zomer ze het onderste uit de kan halen en de lange lichte avonden volop uitbuiten. Onze buren stappen aan het eind van de middag nogal eens met koeltas en picknickmand in hun bootje, om pas laat in de avond terug te keren. Genieten van de zomer, genieten van vrije tijd - en dat betekent vaak: gewoon, lekker niks doen.

Ik weet niet hoe lang het duurt voordat ik me die mentaliteit zal hebben eigengemaakt. Het calvinistische keurslijf ('ledigheid is des duivels oorkussen' en van die dingen) peuter je niet zomaar los. In en om het huis wachten altijd tienduizend dingen waar ik vreselijk nodig mee aan de slag moet maar steeds niet aan toe kom. Voor een vrije zondag als vandaag heb ik dan een ambitieus lijstje met klusjes klaar liggen, eigenlijk genoeg voor een hele week. Maar staan we op met een stralende zon in de kamer (van die weersvoorspellingen klopt vaak bar weinig!) dan laten we administratie en huishouden maar al te graag voor wat ze zijn, ontbijten we op het balkon, rommelen we wat in de tuin,



plukken we een schaal frambozen en wilde aardbeien, en drukt Henk mij bij herhaling terug in mijn stoel voordat ik toch aan een ontzettend noodzakelijke activiteit wil beginnen. Avslappe, ik weet het niet. Straks is de zondag om en kan ik bijna niets afstrepen van dat lijstje....


Een paar dagen terug keek ik bij de rozen aan de voet van de rotstuin, en daar vlakbij vond ik een stuk wel heel keurig opgerolde tuinslang. Zwart en wild, en gezien de opvallende verdikkingen halverwege het lijf in alle rust bezig met verteren, van, denk ik, een flinke muis of twee.


 Het andere zwarte en wilde hebben we hier in huis. Het galoppeert onvermoeibaar door alle kamers en de trap op en af, grijpt ons bij de enkels als we uit bed stappen, bespringt ons vanuit de meest onverwachte hoeken en valt ook gewoon van het ene op het andere moment zomaar in slaap, in het volste vertrouwen op schoot. Of het vleit zich in Henks nek en likt alles daar grondig schoon. Maar het kan ook zomaar ineens uit een (stom!) open raam vallen. En twee verdiepingen lager verbaasd om zich heen kijken. Niks gebroken natuurlijk, en luid spinnend op de haastig naar beneden gesnelde arm terug naar boven gelift. Pippi is de naam, Pippi Solvik - stirred, but not shaken.



De kleine zwarte panter weet inmiddels dat gordijnen leuk zijn om in te klimmen, en dat vliegen eindeloos irritant zijn. Hij krijgt ze maar niet te pakken. Met de kunstige kop van de Egyptische Sachmet in de vensterbank heeft hij niet zoveel, maar samen zijn ze toch een apart plaatje!
Er zijn meer dingen in het leven die Pippi eindeloos intrigeren. Onbegrijpelijke geluiden en bewegende beelden. Zoals de televisie ...


De poes went aan mensencultuur, wij wennnen aan natuur. Het gaat er om dat we een beetje één worden, denk ik. Mijn man en mijn kat zijn daarin al een eind op weg geloof ik. En daar zijn ze trots op.




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen