maandag 15 juni 2020

omdenken

Het is een betrekkelijk nieuwe en in elk geval volgens mij modieuze term. Vorig jaar kreeg ik daarover een boekje van communicatiespecialist Renske. De term geeft wel precies weer wat ik probeer te doen: omdenken. Namelijk proberen niet te denken in termen van en te peinzen over 'niet meer' maar in termen van 'nog niet'. Dat is niet  bepaald gemakkelijk, maar ik doe mijn uiterste best om die vorm van omdenken in de praktijk te brengen. Ik bedoel dat ik als het ware een loopje neem met de tijd en mijn schouders ophaal over mijn eigen vergankelijkheid. Je kunt het ook een vorm van positief denken noemen. Ook zo'n term, waar ik geen goed synoniem voor ken.

Ik vind het bijvoorbeeld heel dramatisch dat ons winkeltje en het cateringbedrijfje, Solvik Mat, nu al zo lang gesloten zijn, en of het een realistisch plan is of niet, ik denk daarover om. Ik wil namelijk niet geloven dat we 'niet meer' open kunnen, ik wens te geloven dat we 'nog niet' open kunnen. Alleen zo houd ik de moed er in. 

Af en toe ben ik beneden in de winkel en zie ik weer hoe gezellig, goed verzorgd en uitnodigend het er daar uitziet. Hoe efficiënt het keukengedeelte is ingericht. En dan gaat het kriebelen - als alles weer beter gaat begin ik daar weer! De vriezers liggen nog vol met rozenbottels en blauwe bessen om te verwerken, ik heb allerlei ideeën voor nieuwe gerechtjes, en voor een jubelende, aansprekende flyer waarin we de heropening van Solvik Mat aankondigen. 
Kortom, het kan nu nog niet, maar ooit wel. En ik speel dat 'ooit' binnen bereik ligt.

Dit is maar één voorbeeld van het omdenken dat ik probeer te praktiseren. Maar voor de natuur om ons heen en de tuin is dat helemaal niet nodig. De bomen, struiken, planten en bloemen denken helemaal niks om: ze gaan hun eigen gang en waar nodig helpen we ze een handje. Dankzij het prachtige weer van de laatste weken hebben we, meer dan in vorige jaren, veel aandacht kunnen besteden aan dat alles. Getuige deze foto's.



Eigenlijk begon het met de bosanemoontjes, die plotseling overal opdoken. Hier en daar verschenen in de tuin een paar tulpen en wat bosjes knalgele euphorbia's, en toen vonden we het tijd ons terras aan te pakken. 







Weg met het terrastapijt, dat 8 jaar trouw dienst heeft gedaan maar nu vies en versleten is, en weg met de rieten stoelen die uit elkaar beginnen te vallen...




Gevlochten plastic matten hebben we neergelegd, niet erg milieuvriendelijk, maar wel heel praktisch (zeker omdat de kippen een en ander achterlaten op de vloer) en een paar nieuwe, weerbestendige stoelen gekocht. Veel keus in tuinmeubelen is er hier niet, en iets moois is eigenlijk gewoon niet te vinden, maar deze vonden we acceptabel. Zo ziet het er in elk geval een stuk frisser uit.



Hoekje met opgekweekte tomatenplanten, paprika's en kattegras. Dat laatste vinden de katten absoluut niet interessant, maar de kippen smullen ervan, vreemd genoeg!



Margrieten aan de balkonrand, de vervallen trap een beetje versierd met geverfde blikken vol tussen het grind uit geplukte plantjes aan de ene kant, en mijn mozaïekjes van vorig jaar aan de andere kant.




Elke dag een half uurtje onkruid plukken uit het grind op het oprijpad. Rotwerk, maar op den duur echt wel de moeite waard en een ergernis minder...


In de ogen van veel Noren zijn lupines ook onkruid - wij vinden ze prachtig, maar het is wel nodig ze in het voorjaar uit te dunnen want ze overwoekeren alles. 


En ja, je draait je om en ze zijn er weer, juichend in paars, roze en wit.




Aan de voorkant van het huis naast de winkel hebben we een minituintje aangelegd, met zeer burgelijke hekjes, die de geplante bollen moeten beschermen tegen de kippen;



maar we kunnen moeilijk overal hekwerkjes omheen zetten, dus de kippen woelen toch wel gezellig door de verse tuinaarde en het overal op gestrooide 'dekbark', spul dat vocht langer vasthoudt. En of daar nou door mij geplante akeleien staan of niet, dat maakt ze niet uit. Maar ach, er is genoeg van alles. Een kip moet vrij kunnen rommelen en wroeten, daar is  het een kip voor. .


Geraniums die tegen een forse regenbui en windvlagen bestand zijn, in potten, 




een enthousiaste petunia in een hangmand,


en een robuuste metalen gieter aangeschaft, die nu echt elke dag gebruikt moet worden, voor de bakken en potten waar we met de tuinslang niet bjj kunnen. 


We hebben ons weer in een wolk van eau de toilette gewaand toen de seringenhaag tot volle bloei kwam:


De plantentafeltjes een nieuwe laag witte verf gegeven, clematis aangeschaft die straks de muur moet gaan bedekken, samen met de gezaaide en opgekweekte ipomea's, in blauw en paars,  

  
viooltjes in een hangbak gepoot, onder het keukenraam,


en zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Waar het op neerkomt is dat de tuin en alles er omheen mooier is dan ooit tevoren, en dat we daar elke dag van genieten. Dat is ook positief. En positief moeten we blijven. Zolang het weer meezit lopen we elke dag alles langs, om ons te verbazen over hoe goed alles het doet, en hoe dankbaar ons werk is en is geweest. En om tegen elkaar te kunnen zeggen 'kijk, die Japanse kersenboompjes zijn aangeslagen - en kijk, de rododendron staat op springen!'.  Een tuin is nooit klaar en blijft een avontuur, dat weet iedereen die een tuin heeft, dus we blijven bezig. Positief bezig. Daar gaat het om. We laten het positieve het negatieve overwoekeren. Nu kan het. 

       

donderdag 21 mei 2020

Ledigheid

'Ledigheid is des duivels oorkussen'  hoorde ik vroeger nogal eens. Stilzitten, niks doen, lanterfanten, klungelen, hangen en dat soort dingen, dat was uit den boze.  Nu heet dat chillen of relaxen. Hoe dan ook, ik ben daar nooit zo goed in geworden, in niks doen. 
En al die afgelopen maanden, sinds mijn lijf niet veel aan kan, heb ik het huishouden behoorlijk verwaarloosd. Beperkt tot het hoogst noodzakelijke. Henk moest veel bijspringen. Maar ik heb in plaats daarvan van alles en nog wat gedaan, dingen die niet veel lichamelijke inspanning kosten - alleen creativiteit. Kijk maar:




Van de bolletjes katoen met verlopende, zachte kleuren, die Angeniet me toestuurde heb ik een lekkere lichte zomertrui gemaakt,


van 3 losse stukken vitrage, die Marit ooit over had, heb ik gordijnen genaaid voor de ramen in de achterkamer. Niet tegen de inkijk (wie zou er hier nou moeten in kijken?) maar tegen de zon, die in de winter laag staat, en tegen vliegend gedierte in de zomer, als de ramen open staan. 



Geholpen door Mungo, die nooit te beroerd is om met bolletjes wol aan de slag te gaan, heb ik van restjes een lappendekentje gebreid en gehaakt, waar Poppy graag op ligt - een poezendekentje dus. En als Mungo daar niet bij kan, neemt ze genoegen met een plekje er- naast, op mijn veldbed in de kamer. Als ik even wil liggen moet ik dus genoegen nemen met de bank. Poezen zijn persoonlijkheden hoor....


Voor de koude dagen, maar eigenlijk ook voor voortdurend, omdat ik het altijd koud heb, heb ik een groot, lang, warm vest gebreid. Dat was sneller klaar dan ik dacht...


Omdat ik iets wilde doen met de gekke roze knopen die in het verrassingspakket van Greetje zaten, heb ik daar gewoon een trui omheen gebreid. Simpel, in spijkerbroekenkleur, dus prima passend op een spijkerbroek. En sinds we hier wonen draag ik vrijwel niets anders dan spijkerbroeken.  Ik voel me al gauw 'overdressed' in andere kleren. 


Dan het rompertje voor Yussie, het koalabeertje dat ik van Ria kreeg. Dat is een verhaal apart, dat moet ik hier even vertellen. 
Ooit had ik een tante in Australië, om precies te zijn, op Tasmanië. Het koalabeertje dat ze me als verjaardagscadeau stuurde toen ik 4 jaar werd was van echt bont (konijn?), met leren handjes en voetjes, en ogen als ontroerende bruine knikkers. We noemdem hem Tasman, en hij zat mijn hele jeugd als lievelingsknuffel op een plankje boven mijn bed.

Zo'n 25 jaar later verhuisde hij voor de zoveelste keer mee naar een nieuw adres, en toen ik hem uitpakte om hem een plekje te geven krioelden er tot mijn verbijstering ineens talloze kleine witte beestjes uit zijn lijfje.... Was er al die jaren leven geweest in dat mengsel van stro en zaagsel, onder dat bontvelletje? Hadden er eitjes in gezeten van een of ander Australisch parasietje of zoiets? 
Het brak mijn hart dat ik hem weg moest doen, en de andere knuffels uit de verhuisdoos moest ik ontsmetten in een sopje. Arme Tasman!

Tijdens een van de dagen dat Roely in het ziekenhuis aan mijn bed zat, in Oslo vorig jaar, heb ik haar dit verhaaltje verteld - ik zweefde van het ene delirium naar de andere hallucinatie, ratelde sentimentele onzin terwijl de infuzen het chemogif druppelden en de morfine me een vreemd soort energie gaven. Maar dit was echt. Een herinnering die om de een of andere reden plotseling opborrelde. 
Na Roely kwam Ria, met een opdracht van Roely: voor mij een koalabeertje kopen!   


Dat bleek niet gemakkelijk, maar in Oslo vonden we er samen eentje, een lieve pluizige knuffel, die ik Yussie heb genoemd en voor wie ik thuis een rompertje heb gebreid - je moet toch wat, als je maar niet uitgebreid wilt raken. En als je geen kleinkinderen hebt, voor wie je poppenkleertjes maakt....


Maar ik heb ook écht nuttige dingen gedaan, zoals kaarsen maken, van stompjes onopgebrande kaars en restjes waxinelichtjes. Dat is dankbaar en spaart geld.


Ook een afbeelding van het uiltje van Jan Mankes, mijn favoriete Nederlandse schilder, ingelijst en opgehangen. Drie maal het zelfde schilderij, in drie verschillende afmetingen, zo graag kijk ik er naar!


Dit jaar was ik op tijd met zaaien, en staat de vensterbank weer vol met van alles: ipomea's (dagbloemen), paprika's, tomaten, basilicum, selderij en lavas, en nog veel meer bloemen en kruiden. Ik zal later laten zien wat ervan geworden is.


Inmiddels ben ik een paar dagen opgenomen geweest in Skien, omdat het plotseling niet zo goed ging. Na een paar keer 24 uur te zijn gemonitoord en gescand kreeg ik een nieuw protocol, met andere medicijnen en een strak schema qua dagindeling. Nu heb ik 4 chemokuren achter de rug, gecombineerd met immuuntherapie. Tot nu toe lijken die kuren aan te slaan, zijn de tumoren een beetje gekrompen; binnenkort horen we of het de moeite waard is om door te gaan. 
Intussen proberen we de zon te blijven zien, spreken we elkaar moed in en leven we van dag tot dag - de toekomst is morgen en na morgen zien we wel. Een levenshouding die veel gemakkelijker omschreven is dan er daadwerkelijk op na te houden. De ene dag is vrolijker en hoopvoller dan de andere, De sombere piekeruren zijn hardnekkig. Maar meer keus is er nu niet. 

Vandaag Hemelvaartsdag. Niet voor mij: ik wou nog even op aarde blijven.  

dinsdag 7 april 2020

Koperen bruiloft

Vandaag is het onze koperen bruiloft: het is precies 12,5 jaar geleden dat Henk en ik in Utrecht, in het spoorwegmuseum, in het gezelschap van familie en tientallen vrienden en collega's, elkaar trouw beloofden.

Dat was een geweldig feestelijke maar ook bepaald rommelige dag - af en toe bladeren we nog wel eens door het fotoalbum van die gebeurtenis, en moeten we ook weer lachen om alles wat er fout ging. Zoals dat mijn zus en zwager samen met mijn moeder veel te laat bij de ceremonie kwamen, omdat ze per ongeluk in de verkeerde trein waren gestapt en ineens in Gouda zaten. de trouwambtenaar, die om de tijd te rekken hele verhalen vertelde over onze vorige huwelijken, wat helemaal de bedoeling niet was geweest. En toen de familie eindelijk haastig de zaal binnenrende struikelde mijn zus bijna over haar eigen rok, die op haar enkels zakte....

Later, toen we in kleine kring in een restaurant aan een prachtig viergangendiner zaten, viel mijn zwager, een beetje wiebelig van de drank, languit in het rek vol flessen wijn, dat hij onderweg naar het toilet probeerde te ontwijken. Even later zag mijn oude moeder een afstapje over het hoofd en belandde voorover met haar gezicht zo ongeveer in het bord van iemand die daar rustig dacht te zitten genieten van zijn spaghettischotel...   

Het was, kortom, een gedenkwaardige dag. Vandaag valt er weinig te vieren; mijn trouwring zit al een poosje in een doosje, want mijn vingers zijn zo dun geworden dat hij afvliegt als ik m'n handen was. Uit eten gaan is nu geen optie: zo'n beetje alles is gesloten.

Gelukkig genieten we van stralend weer, beginnen we een beetje met het op orde brengen van de tuin, en staat de vensterbank alweer vol met gezaaide kruiden.




 

In februari was ik jarig en omdat ik ergens in Oslo een van mijn gouden oorringetjes was verloren mocht ik van Henk een nieuw paar uitzoeken, bij een juwelier in de stad. Ze zijn nog mooier dan de vorige, en geven aan mijn rare pluishoofd tenminste iets van glans.


Hier en daar verschijnen in de tuin de eerste crocusjes en narcisjes, en bomen en struiken beginnen hoopvolle knoppen te vertonen. Er zijn al vlinders, gisteren hoorden we de eerste merel zingen en de kippen kunnen elke dag een paar uur vrij rondlopen.


De zomerbloembollen die Froukje opstuurde (onbegrijpelijk dat die zonder mankeren de douane zijn gepasseerd!) zijn allemaal in potten en bakken gepoot. In de tuin kan dat niet: de kippen graven ze heel zorgvuldig weer uit. Alleen naast de winkel heb ik 4 plekjes volgestopt met bollen en afgeschermd met metalen rekjes en gekleurde keien, zodat de kippen er niet bij kunnen. Hoop ik.



Uitbundige narcisjes kregen we van de drie trouwe vriendinnen, die altijd in mei komen logeren, maar dit jaar eens in maart kwamen om Henks verjaardag te vieren. Dat reisje was al in oktober geboekt, toen we nog niet wisten dat ik opnieuw ziek zou worden. En voordat we wisten dat het verschijnsel corona het dagelijks leven zou gaan beheersen.



Roely, Ria en Angeniet hebben van 11 maart een echt feestje gemaakt, compleet met balonnen, serpentines en cijferkaarsjes. De feestmaskers die ze voor de gelegenheid hadden aangeschaft bleken kindermaatjes te zijn - hilariteit alom dus.









We hebben, zoals altijd wel, flink wat afgelachen, en een stevige portie lachen is precies wat we goed kunnen gebruiken, juist nu. Gezelschap relativeert, brengt je even terug naar de wereld naast die van ziekte en ellende.


Kortom, het waren een paar gezellige, vrolijke (maar ook vermoeiende) dagen.




Die vrijdag vertrok het gezelschap weer - en dat bleek precies op tijd, want een dag later ging de quarantainemaatregel hier in Noorwegen in. Zouden ze ervoor hebben gekozen op zaterdag terug te reizen, dan waren ze op het vliegveld tegengehouden en hadden ze 14 dagen in isolatie moeten blijven! Hier! We houden allemaal van elkaar, maar nóg 2 weken zou misschien een beetje te veel van het goede zijn geweest...  

Dan gaan we nu de paasdagen in. Toch maar een beetje de kamer opgefleurd met de spulletjes waarmee we normaal de beide winkeletalages versieren. Ook met dank aan Ingrid, die mij op mijn kamertje in Oslo poseleinen paashaasjes kwam brengen. 




Het blijft 's avonds merkbaar langer licht, we hebben af en toe al op het terras kunnen zitten om wat zonlicht in te drinken. Vorige week was er nog een forse sneeuwbui, maar nu zijn ijs en sneeuw toch echt verdwenen. Het voorjaar zet door, en dat geeft moed. 
Fijne paasdagen iedereen, en blijf voorzichtig!