vrijdag 21 april 2017

Seven shades of purple


Roely is sinds enige tijd helemaal 'into paars'. Toen we in januari bij haar en Ton logeerden herkenden we de woonkamer in hun Bilthovense huis nog maar nauwelijks: alles bleek volledig verpaarst! 
Vorig jaar was Roely zo gecharmeerd van mijn amateuristische knip- en naaiwerk, met de kleurige lapjesdekens die hier op de bedden liggen als eindproduct, dat ze er ook zo eentje wilde, maar dan een paarse versie. Goed, dat moest lukken. 

Het werd een flinke uitdaging. Telkens als we in de bewoonde wereld moesten zijn, om voorraden in te slaan, heb ik lopen zoeken naar paarse stoffen. Waar je hier stof per meter kunt kopen, ik zou het niet weten - wat mis ik de Utrechtse lapjesmarkt soms verschrikkelijk! - maar gelukkig is er in elk dorp of stadje wel een winkel waar tweedehands spullen worden verkocht, altijd voor een of ander goed doel. Meubels, witgoed, boeken, glazen, servies en je kunt het zo gek niet bedenken wat allemaal. Zo hebben we ruim 3 jaar geleden bijna de hele keukeninventaris voor Solvik Mat bij elkaar gerommeld...

Soms liggen in die winkels ook tafellakens, gordijnen en onduidelijke lappen op stapels, voor een habbekrats. Veel afgestruind dus, net zo lang tot ik genoeg geschikte paarse lappen bij elkaar had gespaard. Vervolgens aan de slag daarmee, gedurende talloze lange donkere winteravonden. 






Het begint klein, met lappen verknippen tot handzame formaten, en dan deels op de naaimachine, deels met de hand aan elkaar zetten. Maar wanneer het een deken voor een tweepersoons bed begint te worden past het naaisel niet meer op de tafel: dan is de grond de enige geschikte plek om verder te werken. Letterlijk de werkvloer dus. 




Hier en daar moest het vloerkleed wel een ader laten: perongeluk aan de hoge polen vastgenaaid, zodat er hapjes kleed moesten sneuvelen. Kniesoor die daar op let. 

Vanzelfsprekend werd mijn geknutsel, op de grond voor de kachel, met belangstelling gevolgd door Pippi, die ook zeer nieuwsgierig was naar wat er onder lag (niks natuurlijk, maar hij wil nou eenmaal altijd overal in en onder,



en op), om de deken tenslotte te testen op 'opslaapbaarheid'...


Met grote stukken paarse fleece als achterkant is de klus uiteindelijk op tijd geklaard: als Roely volgende week hier is kan ze 'em meenemen - tenminste, als 'ie in een koffer past....


Tussen de bedrijven door wou ik ook een beetje breien, even afkicken van het vele paars. Zomaar een lap roze, eigenlijk alleen omdat ik die knalkleur zo lekker vond. Het zou een sjaal worden dacht ik, maar de wol ging z'n eigen gang en zo was het ineens een trui geworden. Beetje rare trui, want ik kan helemaal geen truien breien. Maar toch leuk. En hij past ook nog. 


De winter is nu echt voorbij, naaimachine en breipennen moeten plaats maken voor het echte werk. In de winkel en de keuken. Het seizoen is begonnen.

woensdag 29 maart 2017

Vaderlands herenbezoek

Vorige week hadden we de eerste Nederlandse logees van dit jaar. Drie vrouwelijke oud-collega's zoeken ons elk jaar op, maar die van de mannelijke soort hadden we hier tot nu nog niet gezien. Een unicum dus: Johan, Ron en Koen (Koen wat zijn je schoenen groen!)



waagden de sprong, van Schiphol naar Torp - met een vliegtuig welteverstaan - en van Torp naar Henseid, met een huurauto.




Het werden gezellige, lichtelijk uitputtende dagen: als je elkaar lang niet hebt gesproken raak je niet gauw uitgepraat en vliegt de tijd voorbij omdat er zoveel in te halen valt. En dan wil het wel eens zomaar plotseling 3.30 uur zijn...Maar een vers eitje van eigen kippen bij het ontbijt maakt zonder meer iets goed. 
Gelukkig hadden Henk en ik verhuisklussen noch cateringbestellingen en liep het in de winkel niet bepaald storm, om een stevig eufemisme te gebruiken. Het seizoen begint meestal pas tegen Pasen, dus we konden het rustig aan doen en hoefden niet voor dag en dauw op. 

Het aanbod van de heren om hier een klus(je) voor ons te doen hadden we in onze oren geknoopt en dus hadden we iets voor ze gereserveerd. Ooit in Nederland hadden we een pakket aangeschaft waaruit, als je handig bent en geduld hebt, een rolhordeur tevoorschijn zou komen. Die was destijds bedoeld voor de balkondeur, om vliegend ongedierte uit het huis weg te houden. Maar toen we op een vrije zaterdag de verpakking hadden geopend wisten we niet hoe snel we die weer moesten sluiten, zo ingewikkeld zag het er uit. Toen deden we verder maar of onze neuzen bloedden, en zo raakte de rolhordeur compleet verdrongen. Maar op de een of andere manier is de doos ongeschonden in de verhuiswagen meegekomen, om vervolgens 5 jaar in de schuur te staan....




Hoog tijd voor rehabilitatie voor het arme ding dus! 
Het viel lang niet mee, kostte het nodige pas-, meet- en zaagwerk, maar uiteindelijk werden de inspanningen van de mannen beloond met een mooi resultaat. De winkel van Solvik Mat beschikt vanaf nu over een heuse rolhordeur! Die weliswaar met beleid open en dicht moet worden gedaan, maar die zeker de vliegen en wespen uit de zaak zullen weten te houden. Bij warm weer staat de winkeldeur namelijk de hele dag wijdopen, en als we met fruit bezig zijn weten de insekten de keuken te vinden. Maar nu niet meer. Gerechtigheid voor de dappere bundel aluminium strips, kunststof lijsten en doosjes raadselachtige schroefjes, moertjes, klemmetjes en niet nader te duiden dingetjes!

Van onze poezen was alleen Mungo bijzonder gecharmeerd van het bezoek. Pippi is namelijk alweer een week of wat op stap (what's new), zal het voorjaar wel in zijn katerkop hebben, en Poppy liet zich nauwelijks zien. Dat kleine ding is doodsbenauwd voor vreemden en schiet als een kleine schicht de trap op om zich te verstoppen in onze slaapkamer. Maar dan Mungo. Zij draait met gemak de meest verstokte poezenhater om haar klauwtjes. Behaagziek liefje...




Het was knus allemaal, en bij gebrek aan café (onze traditionele borrelplek op de Nachtegaalstraat, stamcafé Eigen Schuld, is ver weg, en bovendien inmiddels helaas helemaal opgeheven) hebben we ons maar beperkt tot huiskamercafé Solvik. Waar huisgebrouwen bier en huisgemaakte wijn ook prima smaken. 


Na nog een laatste ontroerend roze zonsondergang boven het meer (plaatje waard),



was het alweer afgelopen, het vaderlandse herenbezoek. Helaas. 



Ooit werkten we allemaal bij dezelfde organisatie, en nu hebben we allemaal een andere baan, een ander leven, een andere woonplaats, of zijn we met pensioen. Maar op de een of andere manier blijven we toch verbonden. Dag Johan, Ron en Koen, en welkom terug!

dinsdag 28 februari 2017

Ganz kleines Mäuschen

Men zegt dat je óf bang bent voor muizen, óf voor spinnen. En er zijn er ongetwijfeld ook die allebei eng vinden. Ik behoor tot de tweede categorie, ik vind muizen lief. Heb ik even geluk: het wemelt hier van de muizen! 
Beneden in de voorraadkelder achter winkel wonen ze met z'n velen, al valt er daar niets te halen. Door schade en schande wijs geworden hebben we namelijk alles wat maar enigszins eetbaar is al sinds jaar en dag in goed afsluitbare kratten zitten. 
Vreemd genoeg heeft er zich nog nooit eentje in de winkel gewaagd - soms staan daar koekjes of broden af te koelen, open en bloot, maar ook na een nacht is er niets aangeknaagd of afgeknabbeld. Voor de winkel hebben ze kennelijk respect. 

Hier in huis horen we ze soms druk heen en weer trippelen in de ruimten tussen plafonds en vloeren, maar in de kamers zien we ze nooit. Met een uitzondering: vanuit de krochten van de afvoerkoker in de keuken klimt elke dag een klein bruin exemplaartje in de lade waarin we het afval (netjes gescheiden) verzamelen. Om te kijken of er misschien per ongeluk iets lekkers ligt. 


Dat is af en toe het geval, want ik vind hem of haar zo schattig dat ik wel eens per ongeluk iets lekkers op een randje leg, wat dan steevast na een poosje is verdwenen. Muizen moeten tenslotte ook eten. 
De poezen kunnen soms geïntrigeerd naar de lade zitten kijken, als het Ganz kleines Mäuschen*, zoals hij of zij bij mij heet, met wat kleine stommelgeluidjes de buit naar zijn holletje sleept. Dus het is goed opletten dat ze dit huisgenootje niet te pakken krijgen. 
Buiten plegen ze al genoeg moorden. Vorige week nog zag ik de lieve kleine Poppy als een dwaze door de sneeuw racen, en met dolle bokkesprongen iets groots deponeren op de potdeksel in de tuin. Dat was een (gelukkig inmiddels dode) lemming! Wij hebben zo'n diertje hier in de buurt nog nooit gezien, maar die kleine tijger weet ze te vangen...

(*'Ganz kleines Mäuschen' is een flauwe woordspeling op 'Ganz kleines Mädchen', de theatervoorstelling waarmee mijn nicht Simone in 1997 op de planken stond. Die titel is altijd ergens in mijn achterhoofd blijven hangen.)   

Behalve prooitjes vangen vindt Poppy nog wel meer leuk: sneeuw bijvoorbeeld. Ze speelt ermee en erin, jaagt op vlokjes en graaft naar niet aanwezige dingetjes, het liefst op het dak van het kippenhok.




Pippi is liever lui, binnen, waar hij vanaf zijn kussen op de tafel hoogstens zijn brede hoofd optilt om uit het raam te kijken naar wie er zoal in de tuin is te zien: 



deze hertjes, inmiddels vaste gasten hier, scharrelen tussen de dode bladeren zaadjes op, die de vogels hebben gemorst uit het voedersilootje. 


Donderdagmorgen vroeg, nog in de schemering, waren ze met z'n drieën mijn eerste verjaardagsbezoek. En sindsdien begrijp ik hoe het kan dat ik het silootje zo ongeveer elke dag moet bijvullen: met hun snuit slingeren ze het ding heen en weer zodat het zaad eruit valt! Slim! We moeten het dus hoger hangen om te zorgen dat er nog iets voor de vogels overblijft. 

Een keer of 10 per dag loop ik door de sneeuw, en door de nu zompige tuin. Om de vogels te bedienen, brandhout uit de schuur te halen, de kippen te voeren en eieren te rapen, de post op te halen, vuilnis naar de container te brengen, en om heen en weer naar de winkel te gaan. Daar heb je in deze maanden degelijk schoeisel voor nodig. Na bijna 5 jaar is een en ander aan laarzen hopeloos onbruikbaar geworden - het ene paar laat van boven water door, het andere heeft scheuren in de zolen -  dus hebben we deze als mijn cadeau aangeschaft: warm en waterdicht. Stoere stallaarzen. 


Charmant is anders, maar waar wij wonen geeft niemand iets om hoe je er uitziet. In iets anders dan verschoten joggingpakken of weerbestendige sportkleding ben je hier al snel 'overdressed'. Henks pakken en mijn nuffige jurken hangen zich al jaren te vervelen in de kast, en onze stadse schoenen zijn alle seizoenen in een diepe winterslaap, op zolder. 

Na lang zoeken in diverse winkels vonden we vorige week mijn feestmaal: inktvisringen. Een Grieks restaurant is in de wijde omtrek niet te vinden, dus moeten we zelf zorgen voor de door mij zo geliefde calamares. We hebben ze hoopvol gefrituurd maar jeetje, wat waren ze vies...De eksters waren minder kieskeurig dus gelukkig heeft iemand er nog plezier van gehad. 
Straks met Henks verjaardag doen we het anders. Dan zorgen we voor een écht verjaardagsdinertje voor twee. Friet met appelmoes, denk ik. En knakworst. 

woensdag 8 februari 2017

Vaarwel lieve Saskia


Op 4 januari hadden we nog uitgebreid mail-contact, Saskia en ik. We zouden elkaar een paar dagen later zien, in Amsterdam op Patricia's verjaardag. Maar ploseling bleek Saskia heel erg ziek en op die bewuste dag lag ze op de intensive care. Behandelingen sloegen niet aan, chemokuren baatten niet meer. 
En nu, nauwelijks een maand later, eergisteren, is ze overleden. 
We kunnen het ons bijna niet voorstellen en zijn er stil van. Verslagen.

Saskia en Patricia waren, aanvankelijk buren, ik denk al zo'n 40 jaar lang gezworen vriendinnen. Zij, en hun mannen, hebben veel lief en leed gedeeld, hun kinderen groeiden gezamenlijk op en zijn nog altijd met elkaar bevriend. 
Saskia was behalve Patricia's beste vriendin ook haar trouwe steun en toeverlaat, zeker na de dood van Kees. Ze was een fijn en goed mens, die met haar onverwoestbare gevoel voor humor en Amsterdamse nuchterheid veel wist te relativeren. En nu is ze ineens weg.

Met Kerst schreef ze ons nog dat ze deze zomer, net als twee vorige zomers, weer samen met Patricia wilde komen logeren, en helpen in de keuken. Zoals ze toen samen kilo's pruimen en ananassen hebben zitten schoonmaken. En manden vol was opvouwen. Op lange zwoele zomeravonden zitten lezen op het terras. Genieten van een glas wijn, het uitzicht, de bloemen, de kippen. Een tochtje maken met z'n vieren. De slappe lach hebben.
Voorbij. Voorgoed voorbij. 












Het boek Saskia is abrupt dichtgeslagen, terwijl het nog lang niet uit was. 
Ook wij zullen dit mooie mens heel erg missen. We leven op afstand en in gedachten mee met Hans, Merel en Sarah - en met Patricia. 
Vaarwel, lieve Saskia. 

dinsdag 31 januari 2017

intermezzo (2): Amsterdam, Bilthoven, Utrecht

Die zondag verlieten we Friesland en reden we naar Amsterdam om daar de verjaardag van zus Patricia bij te wonen. 



Sorry zus, er is niet veel goeds bij de foto's van die middag, helaas: alles is nogal overbelicht of bewogen. 
En bewogen was de verjaardag ook letterlijk, omdat net bekend was geworden dat Saskia, Patricia's beste vriendin, heel ernstig ziek is. We hadden ons er op verheugd ook haar bij deze gelegenheid weer eens te zien, maar ze lag doodziek in een ziekenhuisbed. 

Ondanks deze asgrauwe domper was het, met de bijna volledige familie bij elkaar, een ouderwets knus bijklets- en lachgebeuren, met een fantastisch buffet van uiteenlopende lekkere dingen, liefdevol in elkaar gezet door Lily en Joost. 



Broer Bert stond er op een portret te (laten) maken van de 4 inmiddels lichtelijk bejaarde 'kinderen' De Jong, wat eerst niet eenvoudig bleek, 


maar uiteindelijk toch dit opleverde: 




Zie hier de jarige met haar broer en beide zusters. Slappe lach als vroeger. 

Vroeg in de avond namen we afscheid van de familie en voegden we ons in Bilthoven bij Roely en Ton, waar ons alcoholische versnaperingen, verhalen en een logeerbed wachtten. 
Vertrouwd en ongedwongen als vanouds, huize Thiers-Kuus. 

Maandag, weer een druilerige grijze dag - écht Hollands weer, vinden wij nu - waren we in Utrecht, en wel meteen op onze oude stek in Wittevrouwen: de Dekhuyzenstraat. 
Daar belden we bij 3 verschillende appartementen aan om achtereenvolgens 3 geliefde medebewoonsters c.q. vroegere buren te bezoeken. Eerst Mieke, toen Anne en tenslotte Leida, bij wie ook Mia op de koffie kwam. Er was niet veel tijd, en foto's maken is erbij in geschoten, maar toch fijn om ze allemaal eventjes te kunnen zien en spreken. Alleen raar om niet de sleutel in de deur van nr. 29 te kunnen steken. Waar ik 22 jaar heb gewoond...

Van Utrecht zagen we verder niets dan een winkelcentrum, waar we in sneltreinvaart nog de ontbrekende boodschappen konden inslaan, en daarna terug naar Bilthoven. Roely en Ton hadden bedacht dat het gezellig zou zijn om te gaan borrelen en eten in hun stamcafé, 


en dat bleek zo te zijn. We werden zowaar vergast op een gratis theatervoorstelling: de plaatselijke rotary had juist die avond en die plek uitgekozen voor de nieuwjaarsborrel - wat een vermakelijke show was dat! Vanaf een mijl herkenbare types, met een hoog gehalte aan rode 'pantalons', casual colbertjes, amicale schouderklappen, allemaal reuze vrinden, met de juiste aardappel-in-de-keel-tongval. Wij als gepeupel mochten dat aanschouwen, en waanden ons in een live-opname van een Koot en Bie-scene.


De verrassingen waren nog niet op. We zouden gevieren met een taxi naar huis, maar toen die voorreed bleek het tot onze stomme verbazing helemaal geen taxi, maar Ria in haar auto, met Marieke bij zich! En eenmaal bij Roely en Ton thuis was daar ook Vera - hadden ze toch een klein reünietje bekokstoofd, de voormalige BRU-collega's....







Zo bleef het die avond nog lang onrustig in Bilthoven...

Dinsdagmorgen was het uit met het uitje en de pret. Met uitpuilende koffers (gelukkig kwamen ze nog net niet aan het maximaal toegestane gewicht) over de verschrikkelijke 8-baans (of wat is het) snelweg tussen duizenden auto's naar Schiphol. Toen we vlak voor de eindbestemming bij een pompstation langs die snelweg moesten tanken en buiten een korte rookpauze namen, konden we elkaar bijna niet verstaan - zo'n onaflatend geraas! Natuurlijk was er file, je bent in Nederland of niet, maar we waren op tijd voor het inleveren van de huurauto, een snelle slag in een taxfreeshop, een kop koffie en hup de cityhopper in. 

We zaten niet naast elkaar dit keer en ik dacht heerlijk 1,5 uur te gaan zitten lezen, maar heb m'n boek niet open gehad: mijn reisgenote bleek ook een in Noorwegen wonende Nederlandse en die 1,5 uur kletsten we zonder pardon voorbij. 

Barend wachtte ons op bij het vliegveld en reed ons veilig naar huis; onderweg kwamen we zo nu en dan een auto tegen. Wat een verademing. 
Van de sneeuw was niet heel veel meer overgebleven, maar het zag er nog steeds prachtig uit in Henseid en het meer is stijf bevroren.





Thuis was al het gedierte zonder kleerscheuren onze vierdaagse afwezigheid doorgekomen, goed verzorgd door de plaatsvervangende Heer van Solvik.






Barend had zijn eenzame tijd gebruikt om in alle rust verhalen te schrijven, waaruit hij ons de avond voor zijn vertrek voorlas. Leuk, is misschien best een uitgever voor te vinden. 



Barend naar huis (tot ziens, we weten je te vinden als we weer een keer weg moeten!), Henk weer naar de kippenslachterij, ik weer aan de slag in de winkelkeuken, want er lag een bestelling van maar liefst 60 potjes jams en chutneys op ons te wachten, van de inmiddels vaste afnemer van onze producten in Langesund. 

Einde intermezzo dus. Het is voorbij gevlogen.