zondag 22 maart 2020

woelige winter

Broer Bert had na zijn eerste bezoek in mei de smaak van Noorwegen te pakken gekregen en maakte de tocht per auto naar Henseid nog eens, eind september. 



Het was een prachtige herfst met veel zon en weinig wind; we konden gedrieën een flink stuk varen, om Bert de wijdte van het enorme meer, de vele onbewoonde eilandjes en de woeste, dichtbegroeide rotsformaties aan de oevers te laten zien. 


Meneer had weer allerlei lekkere en handige dingen meegebracht voor z'n arme zus, zoals vruchtensap met heel veel vitamines, een slimme kant-en-klare aardappelpuree en ambachtelijk gemaakte grove leverpastei uit Meppel. Om maar wat te noemen. En niet te vergeten een fles advocaat en slagroom erbij...Oude vrouwendrankje? Welnee!


In oktober, vervolgens, gebeurde er van alles. Ik kreeg de 3-maandelijkse CT-scan, en tijdens het uitslaggesprek 10 dagen later werd ons verteld dat het er goed voor stond met mij: de grote tumor was niet meer te zien, evenmin als de lympheknoop, en het verdachte plekje in de linkerlong bleek onveranderd, dus niet gegroeid. Fijn, goed nieuws! Nu doorzetten met eten, en proberen wat conditie op te bouwen. Zorgen dat er weer wat vlees komt aan die spillebeentjes en die enge stokjes van armen...en zitvlees, letterlijk!

Maar het viel me zwaar allemaal. Sinds die maand komen er hulptoepen aan huis. Een fysiotherapeut die me versterkende oefeningen leert, een oncologisch verleegkundige die het medicijngebruik, mijn gewicht en de pijnintensiteit in de gaten houdt, en een psychotherapeut die me helpt met gesprekken, helpt mijn situatie te accepteren en te hanteren. Ze geeft heel bruikbare adviezen en maakt emoties los. Dat helpt.



Maar behalve ik vond ook ons 11 jaar oude wasmachientje het lastig om het leven vol te houden. Hij begon zo'n vervaarlijk lawaai te maken dat het leek alsof er boven een helicopter probeerde de lucht in te komen! Met gemiddeld 22 logees per jaar kunnen we niet zonder wasmachine. Die moesten we dus vervangen, door een even smal en klein modelletje, dat precies in onze mini-badcel past. Met hulp van de buurman de trap op gesleurd en geïnstalleerd.
En zoals we eerder hebben meegemaakt was dat niet het enige huishoudding dat ineens dienst weigerde: ditmaal het koffiezetapparaat. Snel een nieuwe gehaald, en wie schetst onze verbazing toen, zodra we die hadden uitgepakt, het oude exemplaar plots begon te sputteren - hij doet het gewoon! Blijkbaar een pestactie van het ding. Gewoon klieren. Enfin, nu hebben we een reserveapparaat achter de hand.


De op één na laatste bezoekers van 2019 waren zus Marjorie en zwager Theo. Arme Marjorie liep met een stok, omdat ze maanden geleden door een ongelukkige val haar voet had gebroken. Het begon intussen te winteren, dus het werden avonden bij de houtkachel met een boek op schoot, 


een knusse kaasfondue,




en veel praten, foto's kijken, familienieuwtjes uitwisselen. Heel gezellig met z'n vieren.

In november viel de eerste sneeuw en vierden Henk en ik onze 12e trouwdag. Met voor de gelegenheid voor mij een nieuwe, warme wollen jurk, en voor Henk een paar bijzondere, Noorse drankjes. 

Om in beweging te blijven hadden vriendin Marit en ik ons die maand aangewend om een paar keer per week samen een korte wandeling te maken. Langer dan 20 minuten trek ik het niet, dus we lopen onze straat uit tot de steigers, en weer terug. Maar op een dag verraste ze me met een alternatief: we reden in haar auto voorbij Henseid bergopwaarts, waar een uitgestrekt en doodstil bos is, waar doorheen een overzichtelijk, voor een belangrijk deel horizontaal pad loopt. In de vrieskou, maar in de volle zon wandelden we rustig, met alleen vogels en dennebomen om ons heen. Dat was heerlijk.




Daarna verzamelden we losliggende dennetakken voor de kerstversiering. Marit had er een soort picknick van gemaakt: in haar mand had ze een thermosfles verse koffie en een schaaltje met mueslirepen en chocola, 'voor de energie'! Zo lief. Marit is goud waard. 

Tenslotte december. Anne Vogel, onze geliefde achternicht, die eerst in Trondheim en tegenwoordig in Nieuwegein woont, kwam rond Sinterklaas een paar dagen logeren. Natuurlijk had ze allerlei typisch Nederlands snoepgoed meegebracht, zoals marsepein en chocolade-kruidnootjes...





Voordat ze kon vertrekken moest haar huurautootje wel eerst worden uitgegraven, zo veel sneeuw was er die dagen gevallen. 

En toen was het tijd om mijn 'kaartenmuur', de muur waarop ik alle maanden vanaf februari alle wens-, sterkte- en beterschapkaarten had opgehangen, en waar ik vanuit mijn bed in de kamer graag naar keek, te ontmantelen. Meer dan 100 kaarten! Ze zijn nu stuk voor stuk zorgvuldig in een album geplakt. 


Tijd voor het versturen van kerstkaarten namelijk. Eerst zelf maken (dat vind ik het leukst en het persoonlijkst, ook al zien ze er niet allemaal even professioneel uit) en dan in een envelop met een postzegel er op, heel ouderwets. Ik vind het jammer, dat gewone papieren post, handgeschreven kaarten en brieven uit de mode zijn geraakt. Verdrongen door digitale wenskaarten, anoniem van het internet geplukt...Soms krijg ik 3 x precies dezelfde, van 3 verschillende mensen... Ongetwijfeld even goed bedoeld natuurlijk. 




Een paar dagen voor kerst maakten we even tijd voor een kort uitje in de buurt: één nachtje in een hotel in de 'stad', het stadje Porsgunn, hier 3 kwartier rijden vandaan. We komen daar normaliter alleen voor boodschappen, eens per 3 weken, en dan is het niet meer dan met een lijstje in de hand de winkels in- en uitrennen. Nu wilden we zo graag een keer rustig door de straten kunnen lopen, een café opzoeken en ergens uit eten gaan! Vanwege het zero-tolerancebeleid qua rijden met alcohol moesten we dus wel een nachtje blijven slapen. 


Heerlijk om na al die jaren weer eens op een barkruk te kunnen zitten - ook al was de binnenstad van Porsgrunn na 18.00 uur triestig leeg en verlaten. Echt een uitbundig uitgaansleven is er niet, ook niet op vrijdagavond. Maar we vonden zowaar een eenvoudige snackbar waar ze ouderwets lekkere patat bakten, en een paar kroegjes.


Ook het hotel was akelig leeg, maar het eten en de volgende morgen het ontbijtbuffet waren goed verzorgd en lekker.


Heerlijk bed, fijne kamer en helemaal in het hartje van het centrum(pje).



Zaterdag hebben we door de winkelstraten gewandeld, een nieuwe aziatische winkel ontdekt en boodschappen gedaan, en ons eerste 'vakantietje' in 8 jaar afgesloten met het afhalen van een spannende Vietnamese maaltijd voor thuis. Het was kort maar erg lekker om even ergens anders te zijn!

Kerst: met z'n tweetjes, gewoon een beetje luitgebrieder eten dan anders,


en daarna ongegeneerd een slaapje doen.....


Oud en Nieuw gingen voorbij zonder noemenswaardig vuurwerk en geknal. We gingen rustig en vol goede voornemens 2020 in. We spraken elkaar moed in en beloofden elkaar dat we niet te lang zouden terugkijken op 2019, dat zich als een soort rampjaar aan ons had opgedrongen en min of meer in vliegende vaart aan ons voorbij was gegaan. Alsof we, half verdoofd door alles wat er gebeurde, de seizoenen nauwelijks hadden meegemaakt. Laat het nieuwe jaar alsjeblieft beter zijn dan het oude!





  

maandag 24 februari 2020

Terugslag, en herfstbezoek

Of dat toevallig in de herfst begon weet ik niet, maar toen de zomer op z'n eind liep kreeg ik vrij plotseling een terugslag. Het was net of de ernst van wat er de voorgaande maanden was gebeurd ineens pas goed tot me begon door te dringen. 
Het kantje-boord-gevoel, het door het oog van de naald gekropen te zijn, het denderde onverwacht hard over me heen. Ik zat en liep als een troosteloos kind te huilen om niks en alles was me teveel: het huishouden, koken, de beestjes, het gedoe met de sondevoeding en het minutieus in de gaten houden en registreren wat en wanneer ik allemaal moest slikken om iets te kunnen doen elke dag. 

'Ik geloof dat ik even moet optreden' zei Roely toen ze belde en ik weinig meer deed dan een beetje stom zitten snikken in die telefoon. En Roely zou Roely niet zijn als ze de daad niet bij het woord zou hebben gevoegd. Jawel, een week later was ze er, dit keer samen met Ton. Om ons te kunnen vasthouden, geruststellen, moed inspreken, steunen.  Met woorden, daden en dingen...



Nou heb ik zo al iets tegen coniferen, maar het oude gedrocht dat achterin de tuin stond lelijk te zijn was ons beiden een doorn in het oog; hij werd steeds bruiner en hield het zonlicht van onze groententuintjes tegen. Nu kwam de electrische zaag die broer Bert die zomer had achtergelaten, omdat hij hem zelf niet meer nodig had, heel goed van pas. Ton en Henk slaagden er in de dikke stammen klein te krijgen en af te voeren. 




Klus geklaard! Natuurlijk werden ook dit keer de emmer met sop en andere schoonmaakmiddelen niet onberoerd gelaten...De keuken kreeg en beurt, en ook de ramen waren na een poosje weer zo dat we er zowaar doorheen konden kijken. Fijn!


Voordat Roely en Ton vertrokken hadden andere vrienden er in allerijl voor gezorgd dat ze niet met lege handen op Solvik zouden arriveren - en dat is een understatement! Ze hadden met z'n allen een enorme koffer volgepropt met cadeaus en cadeautjes, het was een troost-en steunkoffer geworden van de bovenste plank. Boeken, uitgebreide knutselpakketten, lekkere verwendingen als kaas en stroopwafels en chocola en teveel om op te noemen. En de grootste en belangrijkste verrassing was wel: een verse schapenvacht! 



Vrienden Marieke en Wim kennen mensen die schapen houden, en ze hadden gehoord dat ik last had van doorligproblemen. Liggen op echte een schapenvacht kan dan uitkomst bieden, dus ze hadden zich gehaast er eentje te bestellen. De vast was groot en vers, nog nat toen Roely en Ton hem uitpakten - maar na een paar dagen kon ik er heerlijk op liggen!


Even later bracht de oncologisch verpleegkundige die mij elke week een bezoek brengt, een speciale doorligmatras voor op het bed in de kamer, en een soort luchtkussen om op te zitten. Ik had (en heb) zo weinig 'spek op de botten', dat het huidweefsel en spierweefsel en weet ik veel afsterven, zodat ik als het ware rechtstreeks op de botten zit en lig. En dat doet pijn. Zo'n vacht verzacht de zere plekken - dank Marieke en Wim! En verder is het een kwestie van aankomen, dus eten. Dat blijft een probleem.

We waren net een dag logeeloos toen ik 's avonds laat ineens moest overgeven, en wel zo heftig dat de sondeslang mee naarbuiten kwam. Ik kreeg hem met geen mogelijkheid meer terug in mijn keel en slokdarm, beetje paniek, en toen heb ik het geheel maar uit m'n neus getrokken en m'n gezicht bevrijd van de pleisters. Pfffff, na ruim een half jaar zonder dat rottige slangetje en al het georganiseer er omheen! Wat een opluchting!

De dag daarop kwamen zus Patricia en haar dochter Machteld ons een weekend gezelschap houden. 


Dat werden een paar dagen van veel bijpraten en herinneringen ophalen. En af en toe buiten kunnen zijn, op een zonnige herfstdag. 




Was gezellig dames!



Eind september, herfst in volle glorie. Eindeloos mooi blijft het, die kleuren. En dat uitzicht, dat elke dag anders is, en nooit verveelt.





woensdag 29 januari 2020

Oude vrienden

Oud is hij niet, Piet, maar wel een oude vriend van ons. Piet is een tuinder uit het Westland, die een paar jaar eerder dan wij naar Noorwegen kwam. Toen wij nog in Nederland woonden hebben we elkaar destijds leren kennen via zijn weblog, waaruit we veel informatie haalden over het leven hier, en dan in het bijzonder over Telemark, waar we uiteindelijk terecht zouden komen. Eenmaal hier werden we vrienden.
Na een teleustellende start als groentenkweker in Drangedal woonde en werkte Piet een paar jaar in het 'ecodorp' Hurdal, boven Oslo, maar toen het ook daar niet helemaal naar wens verliep vond hij een plek in Andebu, vlakbij Sandefjord - voor ons bereikbaar voor een dagje op en neer. Dus hebben we eindelijk eens de tijd gemaakt om hem daar op te zoeken. 



Even buiten het dorp Andebu ligt Vidaråsen landsby, een leefgemeenschap waar mensen samenwonen en -werken met mensen met een lichamelijke of geestelijke beperking. Er zijn schapen, koeien en varkens, eenden en kippen, akkerbouw en groententeelt, kassen met fruit en kruiden, een kaasmakerij en nog van alles en nog wat, zodat de leefgemeenschap zoveel mogelijk zelfvoorzienend is. 





Heel erg leuk om door Piet over het landgoed te worden rondgeleid, de dieren te zien en iets te begrijpen van het idealisme waarmee mensen op een vredelievende, dier- en natuurvriendelijke manier daar het leven aangenaam proberen te maken voor iedereen. 




Het was indrukwekkend - en voor ons een heerlijk dagje uit, met gelukkig stralend weer.

Eind juli kregen we in het ziekenhuis in Skien goed nieuws: de grote tumor in mijn long bleek nauwelijks meer te zien te zijn, mijn slokdarm, luchtpijp en ruggegraat waren bevrijd van de klemmende lympheknoop. De heftige doses bestraling en chemotherapie in Oslo hadden dus goed werk gedaan! Nu proberen weer op gewicht te komen, aan mijn conditie te bouwen  en minder afhankelijk te worden van de morfine en andere pijnstillers. 

Het was fijn om dat hoopgevende nieuws te kunnen delen met andere oude vrienden, Geert en Maria, die die week bij ons logeerden.   


Tijd om dat te vieren dus, met een serieuze toepasselijke wijn, en 's morgens eitjes van eigen kippen bij het ontbijt,


maar ook tijd voor wat hulp: Maria met de stofzuiger in de weer, Geert met onze oude pc die voor ons onbruikbaar was geworden maar weer tot leven gewekt kon worden, en samen kookten ze een spannende en gezonde maaltijd voor ons vieren. 


Waar ons bootje het tijdens Geert en Maria's vorige bezoek had laten afweten kon er nu gelukkig wel gevaren worden. 




Ze gingen weer huiswaarts op de dag dat Geert jarig was; thuis kon hij nog even op z'n Noors nagenieten, met een origineel Noors biertje dat wij in z'n bagage hadden gestopt. 


Een paar dagen later stonden de volgense oude vrienden alweer voor de deur: Herman en Froukje maakten de reis vanuit Groningen, hun eerste keer in Scandinavië. Met hen maakten we een wandeling door Drangedal centrum (= 2 ongezellige straten en anders niks, maar wel een prachtig 'waterfront' aan het meer), 


en dronken we koffie op het enige terras van het dorp, waarbij we overigens nauwelijks stil konden zitten omdat het er wemelde van de wespen, die vooral veel belangstelling hadden voor onze stukjes taart. 



Ook Herman en Froukje hebben op een van die dagen een heerlijke maaltijd gemaakt.



Na hun Noorse dagen brachten Herman en Froukje nog stukjes vakantie door aan de kust van het zuiden van Zweden en bij kennissen in Denemarken, en eenmaal thuis was er niet eens tijd om de jassen uit te trekken, zo erg had poes Jopie hen gemist....  


In augustus trouwde nicht Anne, inmiddels weer vanuit Trondheim naar Nederland verhuisd, met haar Pieter - een ceremonie die we jammer genoeg niet konden bijwonen, en een groots feest waar we graag bij zouden zijn geweest. 



In die maand kreeg ik ook een goedbedoelde preek van onze huisarts. 'Je bent niet dood, maar leven doe je ook niet echt!' zei hij. Hij bedoelde dat ik het leven moest leren omarmen: opnieuw plezier hebben in eten, leuke dingen doen, een pizza kopen (op worstjes grillen na zo'n beetje het hoogste goed in dit land) en een fles wijn halen, en ook mezelf beter voelen, bijvoorbeeld door naar de kapper te gaan...Dat laatste heb ik gedaan - de kapper kon natuurlijk niet veel meer dan hier en daar een raar plukje wegknippen, maar toch, het resultaat vonden we acceptabel. Nu nog wat groeien, dat minikapsel.