dinsdag 28 februari 2017

Ganz kleines Mäuschen

Men zegt dat je óf bang bent voor muizen, óf voor spinnen. En er zijn er ongetwijfeld ook die allebei eng vinden. Ik behoor tot de tweede categorie, ik vind muizen lief. Heb ik even geluk: het wemelt hier van de muizen! 
Beneden in de voorraadkelder achter winkel wonen ze met z'n velen, al valt er daar niets te halen. Door schade en schande wijs geworden hebben we namelijk alles wat maar enigszins eetbaar is al sinds jaar en dag in goed afsluitbare kratten zitten. 
Vreemd genoeg heeft er zich nog nooit eentje in de winkel gewaagd - soms staan daar koekjes of broden af te koelen, open en bloot, maar ook na een nacht is er niets aangeknaagd of afgeknabbeld. Voor de winkel hebben ze kennelijk respect. 

Hier in huis horen we ze soms druk heen en weer trippelen in de ruimten tussen plafonds en vloeren, maar in de kamers zien we ze nooit. Met een uitzondering: vanuit de krochten van de afvoerkoker in de keuken klimt elke dag een klein bruin exemplaartje in de lade waarin we het afval (netjes gescheiden) verzamelen. Om te kijken of er misschien per ongeluk iets lekkers ligt. 


Dat is af en toe het geval, want ik vind hem of haar zo schattig dat ik wel eens per ongeluk iets lekkers op een randje leg, wat dan steevast na een poosje is verdwenen. Muizen moeten tenslotte ook eten. 
De poezen kunnen soms geïntrigeerd naar de lade zitten kijken, als het Ganz kleines Mäuschen*, zoals hij of zij bij mij heet, met wat kleine stommelgeluidjes de buit naar zijn holletje sleept. Dus het is goed opletten dat ze dit huisgenootje niet te pakken krijgen. 
Buiten plegen ze al genoeg moorden. Vorige week nog zag ik de lieve kleine Poppy als een dwaze door de sneeuw racen, en met dolle bokkesprongen iets groots deponeren op de potdeksel in de tuin. Dat was een (gelukkig inmiddels dode) lemming! Wij hebben zo'n diertje hier in de buurt nog nooit gezien, maar die kleine tijger weet ze te vangen...

(*'Ganz kleines Mäuschen' is een flauwe woordspeling op 'Ganz kleines Mädchen', de theatervoorstelling waarmee mijn nicht Simone in 1997 op de planken stond. Die titel is altijd ergens in mijn achterhoofd blijven hangen.)   

Behalve prooitjes vangen vindt Poppy nog wel meer leuk: sneeuw bijvoorbeeld. Ze speelt ermee en erin, jaagt op vlokjes en graaft naar niet aanwezige dingetjes, het liefst op het dak van het kippenhok.




Pippi is liever lui, binnen, waar hij vanaf zijn kussen op de tafel hoogstens zijn brede hoofd optilt om uit het raam te kijken naar wie er zoal in de tuin is te zien: 



deze hertjes, inmiddels vaste gasten hier, scharrelen tussen de dode bladeren zaadjes op, die de vogels hebben gemorst uit het voedersilootje. 


Donderdagmorgen vroeg, nog in de schemering, waren ze met z'n drieën mijn eerste verjaardagsbezoek. En sindsdien begrijp ik hoe het kan dat ik het silootje zo ongeveer elke dag moet bijvullen: met hun snuit slingeren ze het ding heen en weer zodat het zaad eruit valt! Slim! We moeten het dus hoger hangen om te zorgen dat er nog iets voor de vogels overblijft. 

Een keer of 10 per dag loop ik door de sneeuw, en door de nu zompige tuin. Om de vogels te bedienen, brandhout uit de schuur te halen, de kippen te voeren en eieren te rapen, de post op te halen, vuilnis naar de container te brengen, en om heen en weer naar de winkel te gaan. Daar heb je in deze maanden degelijk schoeisel voor nodig. Na bijna 5 jaar is een en ander aan laarzen hopeloos onbruikbaar geworden - het ene paar laat van boven water door, het andere heeft scheuren in de zolen -  dus hebben we deze als mijn cadeau aangeschaft: warm en waterdicht. Stoere stallaarzen. 


Charmant is anders, maar waar wij wonen geeft niemand iets om hoe je er uitziet. In iets anders dan verschoten joggingpakken of weerbestendige sportkleding ben je hier al snel 'overdressed'. Henks pakken en mijn nuffige jurken hangen zich al jaren te vervelen in de kast, en onze stadse schoenen zijn alle seizoenen in een diepe winterslaap, op zolder. 

Na lang zoeken in diverse winkels vonden we vorige week mijn feestmaal: inktvisringen. Een Grieks restaurant is in de wijde omtrek niet te vinden, dus moeten we zelf zorgen voor de door mij zo geliefde calamares. We hebben ze hoopvol gefrituurd maar jeetje, wat waren ze vies...De eksters waren minder kieskeurig dus gelukkig heeft iemand er nog plezier van gehad. 
Straks met Henks verjaardag doen we het anders. Dan zorgen we voor een écht verjaardagsdinertje voor twee. Friet met appelmoes, denk ik. En knakworst. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen